Boek XX van het Wetboek van economisch recht (WER) biedt heel wat mogelijkheden voor ondernemingen die zich in financieel woelig vaarwater bevinden. Schuldenaren vinden doorgaans hun weg naar een gerechtelijke reorganisatieprocedure of een (stil) faillissement. Boek XX biedt evenwel ook minder drastische, minder formele (en daardoor ook minder kostelijke) opties. Eén daarvan is het minnelijk akkoord buiten gerechtelijke reorganisatie (art. XX.37-38 WER).
In deze blogpost lees je (i) wat de procedure inhoudt en (ii) waarom het voor de schuldenaar en (iii) de schuldeiser(s) vaak een efficiënte manier is om, respectievelijk, te reorganiseren en een uitvoerbare titel te bekomen lastens de schuldenaar.
Procedure
Een schuldenaar kan aan een of meer van zijn schuldeisers een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de reorganisatie van het geheel of een gedeelte van zijn activa of van zijn activiteiten. Zo zou de schuldenaar bijvoorbeeld een afbetalingsplan kunnen voorstellen, of kunnen vragen om een gedeeltelijke kwijtschelding van een (al dan niet vervallen) schuldvordering in ruil voor een (bijkomende) zekerheidsstelling. De schuldenaar contacteert daartoe de betrokken schuldeisers buiten de rechtbank om. Daaraan wordt geen publiciteit gekoppeld.
De betrokken partijen kunnen – na overleg – vrij de inhoud van het eventueel akkoord bepalen. Het akkoord is niet onderhevig aan bijzondere formele vereisten en mag bovendien worden opgesteld in eender welke taal die in internationale zakelijke betrekkingen wordt gebruikt. Eens partijen een akkoord bereiken, bindt het de betrokken partijen.
Maar het gaat nog verder dan dat. Vervolgens kan elke deelnemende partij immers aan de voorzitter van de territoriaal bevoegde ondernemingsrechtbank vragen om het akkoord te homologeren en een uitvoerend karakter te verlenen aan alle of een deel van de erin vermelde schuldvorderingen. Dat kan bij tegensprekelijk verzoekschrift. Ook deze fase blijft strikt vertrouwelijk. Het verzoekschrift wordt neergelegd via RegSol, waarna partijen worden opgeroepen om te worden gehoord door de voorzitter.
De rechter zal het homologatieverzoek inwilligen, tenzij hij of zij vaststelt dat de schuldenaar kennelijk geen economische overlevingskansen heeft of indien het akkoord kennelijk niet kan worden uitgevoerd zonder nadelige effecten voor de rechten van derden op activa van de schuldenaar.
De uiteindelijke beslissing wordt nergens bekendgemaakt en is niet vatbaar voor hoger beroep. Derden behouden evenwel de mogelijkheid om daartegen derdenverzet aan te tekenen.
Voordelen voor schuldenaar
Het buitengerechtelijk minnelijk akkoord biedt voor de schuldenaar de volgende voordelen:
- de procedure zorgt voor snelle, op maat gemaakte oplossingen doordat de procedure flexibel is en niet onderhevig is aan strenge formele vereisten;
- zo kan een akkoord gesloten worden met slechts één schuldeiser
- de procedure is, gelet op het voorgaande, ook kostenefficiënt:
- in tegenstelling tot bijvoorbeeld de (openbare of zelfs besloten) gerechtelijke reorganisatieprocedure die wel onderhevig is aan formele vereisten, en daardoor vaak een intensieve bijstand van een advocaat en een cijferberoeper vereist, is dat hier in principe niet het geval
- de procedure is vertrouwelijk: er wordt niets gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad waardoor de schuldenaar in principe geen reputatieschade lijdt t.a.v. derden die niet betrokken zijn (cf. klanten, leveranciers, kredietgevers, etc.);
- er is de mogelijkheid tot homologatie met beperkte toetsingsbevoegdheid voor de rechter
Voordelen voor schuldeiser(s)
- als de schuldenaar – nadat een akkoord buiten de rechtbank werd bereikt – talmt een verzoekschrift tot homologatie neer te leggen, kan de schuldeiser in kwestie het heft in eigen handen nemen en zelf een eenzijdig verzoekschrift tot homologatie neerleggen
- de rechtbank kent homologatie toe na een marginale levensvatbaarheidstest en een marginale toets van het effect op rechten van derden op de activa;
- Stel dat er bijvoorbeeld al een tiental beslagen gevestigd zijn en er een dagvaarding in faillissement werd geïnitieerd lastens de schuldenaar, zal dit voor de rechtbank een reden zijn om homologatie te weigeren.
- bij een later faillissement van de schuldenaar, geniet de schuldeiser een zekere bescherming: sancties van niet-tegenstelbaarheid in de verdachte periode zijn niet van toepassing, partijen kunnen bovendien niet aansprakelijk worden gesteld bij een later faillissement van de onderneming.
- Ter illustratie: stel dat in het buitengerechtelijk minnelijk akkoord werd voorzien in de vestiging van een zekerheid (hypotheek of pandrecht) voor een reeds vervallen schuld en de schuldenaar gaat kort daarop alsnog failliet, dan houdt die verstrekte zekerheid stand doordat ze het voorwerp uitmaakt van een eerder gehomologeerd minnelijk akkoord.
Kortom, het buitengerechtelijk minnelijk akkoord biedt opportuniteiten voor zowel schuldenaar als schuldeiser(s). Mocht het voor jou ooit interessant zijn om als schuldenaar of schuldeiser een dergelijke procedure te doorlopen en heb je daarover vragen, contacteer dan gerust ons kantoor. Wij helpen je graag verder.


