Juridisch woordenboek

Indien de curator alle faillissementsverrichtingen heeft afgerond, zal door de curator een afrekening worden gemaakt. De afrekening zal inhouden welk dividend aan welke schuldeisers kan worden betaald. De afrekening zal moeten worden goedgekeurd op de afrekeningsvergadering. Als schuldeiser zal je worden uitgenodigd op de afrekeningsvergadering. Jouw aanwezigheid is niet verplicht. Indien je niet akkoord zou zijn met de rekening van de curator, moet je wel aanwezig zijn op de afrekeningsvergadering om je opmerkingen mee te delen.
 

De algemene vergadering bij een BV of CV moet binnen de twee maanden worden samengeroepen door het bestuursorgaan, wanneer het eigen vermogen negatief is geworden of dreigt negatief te worden (balanstest) of wanneer niet langer vaststaat dat de vennootschap haar schulden zal kunnen terugbetalen in de volgende 12 maanden (liquiditeitstest). Bij een NV mag het eigen vermogen niet dalen onder de helft van het kapitaal. Het bestuursorgaan stelt dan voor om de vennootschap te ontbinden of verder te zetten. In het tweede geval moet zij een verslag opstellen met herstelmaatregelen.

Deze test houdt in dat het netto-actief niet negatief zal worden en wordt nagezien door de algemene vergadering.

Beslag is een juridische maatregel waarbij een schuldeiser via een gerechtsdeurwaarder bepaalde goederen van zijn schuldenaar in beslag laat nemen om de betaling van een schuld af te dwingen. Een beslag kan bewarend of uitvoerend zijn. Bij bewarend beslag blijven de goederen eigendom van de schuldenaar en mag de schuldenaar ze nog gebruiken, maar niet meer verkopen of wegschenken. Bewarend beslag heeft dus vooral een preventieve werking, met name vermijden dat het vermogen van de schuldenaar vermindert. Bij uitvoerend beslag worden de in beslag genomen goederen effectief verkocht en komt de opbrengst van de verkoop toe aan de schuldeiser(s). Daarnaast is er het onderscheid tussen een beslag op roerende goederen, op onroerende goederen of onder derden. Beslag onder derden is de inbeslagname van goederen of gelden die de schuldenaar van iemand anders moet ontvangen. Een voorbeeld hiervan is loonbeslag, waarbij de werkgever van de schuldenaar verplicht wordt een deel van het loon van de werknemer in te houden en door te storten naar de schuldeiser. 

Of anders gezegd, schulden van de boedel. Het betreft schulden die door de curator zijn aangegaan na het openvallen van het faillissement, die bovendien een nauwe band dienen te hebben met het beheer van de boedel. Het zijn aldus schulden met betrekking tot lopende contracten, de voortzetting van handelsactiviteiten door de curator, dan wel met betrekking tot het beheer, de wedersamenstelling, de vereffening en de verdeling van de boedel.

Als iemand buitencontractueel aansprakelijk wordt gesteld, betekent dit dat iemand verantwoordelijk wordt gehouden voor schade, zonder dat er een contract is tussen de veroorzaker van die schade en de schadelijder. De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn schade veroorzaakt door een verkeersongeval of schade veroorzaakt door een huisdier. Er bestaat geen contract tussen het slachtoffer en de bestuurder van de wagen of de eigenaar van het dier, vandaar “buitencontractuele” aansprakelijkheid.

Een buitengerechtelijk minnelijk akkoord is een akkoord dat een onderneming in moeilijkheden sluit met één of meerdere schuldeisers, zonder tussenkomst van de rechtbank. Het doel is om de schuldenlast dragelijker te maken, bijvoorbeeld door een uitstel van betaling of een gedeeltelijke kwijtschelding. Dit akkoord wordt vertrouwelijk onderhandeld en wordt niet openbaar gemaakt.

De buitengerechtelijke ontbinding van een overeenkomst houdt in dat één van de partijen de overeenkomst beëindigt zonder tussenkomst van de rechter, omdat de andere partij haar verplichtingen niet nakomt. Indien de partij tegen wie de ontbinding wordt ingeroepen zich hiertegen verzet, kan de rechter achteraf toetsen of de buitengerechtelijke ontbinding wel terecht was.

Een schriftelijke uiteenzetting van de standpunten en argumenten van een partij in een rechtszaak. Conclusies worden meestal geschreven door advocaten en bevatten de feiten, toepasselijke wetgeving en juridische argumenten om de standpunten van een partij te onderbouwen. De rechtbank zal op basis van de door partijen neergelegde conclusies (en de pleitzitting) een uitspraak vellen. De partijen/advocaten spreken vaak deadlines af voor het indienen van hun conclusies zodat de zaak niet vertraagd wordt. Dit is een conclusiekalender. De rechtbank kan ook een conclusiekalender opleggen aan de partijen als ze hierover geen akkoord vinden.

Als een onderneming failliet wordt verklaard, dan stelt de rechtbank een curator (meestal een advocaat) aan. Het is de taak van de curator om – onder toezicht van de rechter-commissaris het actief te realiseren om hiermee zoveel mogelijke schulden terug te betalen. De curator zal kort na de opening van het faillissement bij de gefailleerde onderneming langsgaan om een inventaris op te nemen en informatie te verzamelen. De curator zal ook beslissen wat er gebeurt met lopende overeenkomsten en lopende procedures. Bij de afsluiting van het faillissement maakt de curator een rangregeling op en verdeelt hij de opbrengst van het gerealiseerde actief onder de schuldeisers, na aftrek van de kosten zoals zijn/haar ereloon.

Daden van tenuitvoerlegging zijn handelingen die worden verricht om een “executoriale titel” (zoals een vonnis, een dwangbevel of een notariële akte) daadwerkelijk uit te voeren. Bij voorbeeld: iemand wordt door een rechter veroordeeld om een schuld te betalen, maar gaat niet vrijwillig over tot betaling, dan kan een gerechtsdeurwaarder stappen zetten om betaling te bekomen. De gerechtsdeurwaarder kan daartoe bij voorbeeld uitvoerend beslag leggen op de bankrekening van die schuldenaar.

Oproeping voor een rechtbank. De gerechtsdeurwaarder bezorgt (“betekent”) de dagvaarding. In de dagvaarding staat 1) waar en wanneer je op de rechtbank moet zijn, 2) waarom iemand (“de eiser” of “de procureur”) dat vindt, en 3) wat hij of zij vraagt. Zo je een dagvaarding ontvangt moet je ofwel zelf naar de rechtbank gaan ofwel iemand (best een advocaat) vragen om dat voor jou te doen (“te verschijnen”). Zo je niet gaat, zul je waarschijnlijk “bij verstek” worden veroordeeld zoals het is gevraagd.

Als er bij een vereffening onvoldoende “actief” (lees: geld) is/zal zijn om alle schuldeisers te betalen, dan is er sprake van een deficitaire vereffening. (Vereffening wordt hieronder gedefinieerd). Doordat niet alle schuldeisers zomaar betaald kunnen worden, zal de vereffenaar op het einde van de vereffening een rangregeling moeten opmaken en die moeten voorleggen aan de rechtbank ter goedkeuring.

Een partij kan, bij de niet-naleving van zijn hoofdveroordeling, op vordering van één van de wederpartijen bijkomend veroordeeld worden tot de betaling van een geldsom. Dit kan worden vastgelegd per overtreding, per tijdseenheid, dan wel doormiddel van één bedrag. Het dient als een financiële prikkel om de hoofdveroordeling alsnog uit te voeren. Daarbij kan een dwangsom niet worden opgelegd voor een geldsomveroordeling, noch voor een vordering die strekt tot de nakoming van een arbeidsovereenkomst.

Alle bezittingen van de gefailleerde die bestemd zijn om de schuldeisers te betalen. De curator stelt deze boedel samen bij de opening van het faillissement. Alles wat de gefailleerde nog bezit of nog zal verkrijgen (zoals openstaande facturen of terugbetalingen) valt in principe in de boedel.

Een fiscaal attest wordt gevraagd door schuldeisers in een faillissement om hun vorderingen op gefailleerde “af te boeken”. De schuldeiser beoogt met dit fiscaal attest zijn vordering op de gefailleerde als beroepsverlies te kunnen aftrekken van zijn belastbaar resultaat of de geboekte waardevermindering fiscaal vrij te stellen. Dergelijk fiscaal attest zal door de curator pas bij afsluiting van het faillissement worden afgeleverd, indien blijkt dat er geen of slechts een gedeeltelijk dividend kan worden uitgekeerd.

Een procedure waarmee een onderneming die tijdelijk in moeilijkheden zit, bescherming kan vragen tegen haar schuldeisers om haar activiteiten voort te zetten en opnieuw leefbaar te maken. Er zijn twee vormen: een minnelijk akkoord en een collectief akkoord (met reorganisatieplan). Beiden types reorganisatie kunnen openbaar of besloten zijn. Een overdracht onder gerechtelijk gezag is naar de letter van de wet geen reorganisatieprocedure meer, maar men kent ook hier de bescherming tegen de schuldeisers (opschorting). Tijdens de procedure kan de onderneming tijdelijk niet failliet verklaard worden.

De geschillenregeling is een gerechtelijke procedure die aandeelhouders van een BV of een NV de mogelijkheid biedt om conflicten binnen de vennootschap op te lossen door middel van een gedwongen aandelenoverdracht. Dit kan ofwel door de uitsluiting van een aandeelhouder, die verplicht wordt zijn aandelen over te dragen aan de andere aandeelhouders of door de uittreding van een aandeelhouder, die de andere aandeelhouders verplicht om zijn aandelen over te nemen. Een vordering tot uitsluiting of uittreding van een aandeelhouder wordt enkel toegekend als er sprake is van een gegronde reden voor dergelijke vordering. Deze procedure wordt vaak de vennootschapsrechtelijke echtscheiding genoemd.

De commerciële naam van je onderneming, waaronder je deelneemt aan het handelsverkeer of eenvoudiger gezegd, de naam waaronder het publiek je onderneming kent. Het is de naam die wordt vermeld op je uithangbord, op je briefpapier en in je e-mailhandtekening.

Het Hof van Cassatie is het hoogste rechtscollege van België en is uitsluitend bevoegd om te oordelen over de wettigheid van rechterlijke beslissingen. Het onderzoekt niet de feiten zelf, maar gaat na of de wet correct is geïnterpreteerd en toegepast, en of de procedurevoorschriften zijn nageleefd. Wanneer het cassatieberoep gegrond wordt verklaard, vernietigt het Hof de aangevochten beslissing en verwijst het de zaak naar een andere rechtbank voor een nieuwe beoordeling.

Meerdere schuldenaren zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eenzelfde gemeenschappelijke schuld, waarbij elke schuldenaar kan worden aangesproken voor de volledige schuld. Verbintenissen zijn in principe steeds deelbaar (waarbij elke schuldenaar louter voor zijn aandeel kan worden aangesproken), waardoor hoofdelijkheid steeds moet worden bedongen of wettelijk moet worden voorzien. De betaling door één schuldenaar bevrijdt de andere schuldenaren ten aanzien van de schuldeiser.

Ook dit vormt een uitzondering op de principiële deelbaarheid van verbintenissen. De schuldenaren kunnen voor de volledige schuld aangesproken worden, ongeacht of hun onderlinge verbintenissen met elkaar verbonden zijn. Er dient, in tegenstelling tot de hoofdelijkheid, aldus niet noodzakelijk sprake te zijn van gezamenlijke verbintenissen. Het kan met andere woorden dus ook voortvloeien uit verschillende en onafhankelijke verbintenissen.

Wanneer een schuldeiser geld tegoed heeft van een gefailleerde, moet hij dat officieel aangeven in het faillissement. Dat heet het “indienen van een schuldvordering”. Dit gebeurt via een standaardformulier op RegSol (het online platform voor faillissementen) en moet op straffe van verval binnen het jaar na het openvallen van het faillissement gebeuren. Zie ook https://crivitslegal.be/blog/handleiding-het-indienen-van-een-schuldvordering/

Bericht, dikwijls per aangetekende post, waarin iemand je vraagt (“aanmaant”) om iets te doen waartoe je – volgens degene die dat vraag – wettelijk verplicht bent. Het kan gaan om een verplichting uit een overeenkomst (vb. betalen tegen een bepaalde datum) of een verplichting uit de wet (vb. de overhangende takken van je bomen snoeien). Als je een ingebrekestelling ontvangt, antwoord je daar beter op en dit op dezelfde manier (vb. ook met een aangetekende brief).

Een natuurlijk persoon onderneming die na 1 september 2023 failliet wordt verklaard, wordt bij de sluiting van diens faillissement bevrijd van alle restschulden (lees: moet die niet meer betalen). De gefailleerde moet daarvoor niets doen. De kwijtschelding wordt automatisch bekomen. Let wel, de curator, het openbaar ministerie of elke schuldeiser (“belanghebbende”) kan zich tegen de kwijtschelding verzetten.

Een licentieovereenkomst is een contract tussen twee partijen waarbij de ene partij (de licentiegever) toestemming geeft aan de andere partij (de licentienemer) om een bepaald intellectueel eigendomsrecht, zoals een merk, octrooi of auteursrecht, te gebruiken. De overeenkomst bepaalt de voorwaarden waaronder het recht mag worden gebruikt, zoals de duur, het gebied en de vergoeding voor het gebruik.

Deze test wordt uitgevoerd door het bestuursorgaan en bepaalt dat de vennootschap in staat moet zijn haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar zijn geworden over een periode van 12 maanden volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen.

De naam waaronder de producten of diensten van je onderneming op de markt worden gebracht, met als doel deze te onderscheiden van andere ondernemingen.

Wanneer een ondernemer-schuldenaar dreigt niet langer in staat te zullen zijn om zijn opeisbare schulden te betalen, kan die een verzoek richten tot de Kamer van Ondernemingen in Moeilijkheden (de KOIM) om één of meerdere schuldeisers op te roepen. Die schuldenaar en schuldeisers worden dan door de KOIM gehoord achter gesloten deuren (afzonderlijk of gezamenlijk) met het oog op het onderhandelen van een eventuele schikking. Daarbij kan de schuldenaar bijvoorbeeld een uitstel van betaling of een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld vragen. Als er een akkoord wordt bereikt, dan wordt door de KOIM genoteerd in een proces-verbaal met formulier van tenuitvoerlegging.

Een geheimhoudingsovereenkomst, de informatie in deze overeenkomst is aldus strikt vertrouwelijk.

Het totaal van de activa verminderd met voorzieningen en schulden.

Een voorwaarde die bepaalt dat een overeenkomst wordt beëindigd zodra een toekomstige, onzekere verbintenis zich voordoet. De overeenkomst heeft onmiddelijke uitwerking vanaf het sluiten, maar verdwijnt automatisch als de voorwaarde vervuld wordt. Voorbeeld: De overnameovereenkomst van een onderneming wordt gesloten “onder de ontbindende voorwaarde” van het verkrijgen van de goedkeuring van de mededingingsautoriteit binnen de drie maanden na ondertekening.

De beëindiging van een overeenkomst wanneer één van de partijen haar contractuele verplichtingen niet nakomt. De benadeelde partij kan aan de rechter vragen om de overeenkomst te ontbinden. Als de rechter de ontbinding uitspreekt, worden beide partijen bevrijd van hun verdere verplichtingen, met behoud van het recht op schadevergoeding.

Wanneer het faillissement drie jaar na oprichting wordt uitgesproken en het start’kapitaal’ kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar kunnen oprichter(s) van de vennootschap in faillissement aansprakelijk worden gesteld.

Een voorwaarde die bepaalt dat een overeenkomst pas uitwerking krijgt als een toekomstige, onzekere gebeurtenis zich voordoet. Tot die gebeurtenis plaatsvindt, bestaan de verbintenissen in theorie al, maar kunnen ze nog niet worden afgedwongen. Voorbeeld: een koopovereenkomst waarbij de verkoop van een onroerend goed enkel doorgaat “onder de opschortende voorwaarde” dat de koper een lening krijgt van de bank.

Een verslag dat de curator opmaakt na het onderzoek van de schuldvorderingen die door schuldeisers zijn ingediend. In het verslag vermeldt de curator welke vorderingen aanvaard, betwist of voorlopig aangehouden zijn. Dit verslag wordt voorgelegd aan de rechter-commissaris en kan leiden tot een betwistingsprocedure.

Een rangregeling bepaalt of en in welke volgorde schuldeisers bij een faillissement of vereffening worden betaald, waarbij sommige vorderingen (zoals bijzonder bevoorrechte, pandhoudende of hypothecaire vorderingen) voorrang hebben boven andere (zoals gewone (“chirografaire”) vorderingen). In de praktijk zullen de bijzonder bevoorrechte, pandhoudende of hypothecaire schuldeisers vaak (gedeeltelijk) worden betaald, terwijl de algemeen bevoorrechte en gewone schuldeisers doorgaans weinig tot niets ontvangen.

Een rechter-commissaris wordt door de ondernemingsrechtbank aangesteld bij een faillissement. Hij houdt toezicht op het werk van de curator en ziet erop toe dat de procedure correct verloopt. De curator moet hem regelmatig op de hoogte houden en voor belangrijke beslissingen (zoals het sluiten van een akkoord of het verkopen van activa) heeft hij vaak de toestemming van de rechter-commissaris nodig.

(Het Centraal Register voor Solvabiliteit): een digitale databank waarin in België de procedures worden geregistreerd die betrekking hebben op ondernemingen in financiële moeilijkheden. Het betreft onder meer de dossiers inzake gerechtelijke reorganisaties, overdrachten onder gerechtelijk gezag en faillissementen. Deze databank dient als centraal platform voor de raadpleging en het beheer van insolventieprocedures door rechtbanken, curatoren, schuldeisers en andere betrokken partijen.

Een herstelplan dat een onderneming-schuldenaar voorlegt aan de schuldeisers in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord. Het plan bevat een voorstel van afbetaling voor het geheel of een gedeelte van de schulden over een periode van maximum vijf jaar. De schuldeisers kunnen stemmen over dit plan. Als de meerderheid van de schuldeisers het plan goedkeurt, en de rechtbank het plan homologeert, dan wordt het bindend ten aanzien van de schuldenaar-onderneming en alle schuldeisers.

De situatie waarin meerdere schuldeisers gelijktijdig aanspraken doen gelden op het vermogen van de gefailleerde schuldenaar. De samenloopsituatie zorgt voor de fixatie (kristalisatie) van de rechten van de schuldeisers, ten gevolge waarvan hun individuele aanspraken worden opgeschort en de intresten worden gestuit. Samenloop waarborgt op deze manier de gelijkheid tussen de schuldeisers.

Het scheidingsaandeel is het bedrag dat een aandeelhouder krijgt bij zijn (buitengerechtelijke) uittreding of uitsluiting uit de vennootschap of bij de ontbinding van de vennootschap.

Schorsing betekent meerdere zaken, onder meer: 1) periode waarin de “verjaring” wordt onderbroken; 2) periode waarin een beslissing is geblokkeerd (vb. de “schorsing” van een administratieve beslissing door de Raad van State; de “schorsing” van de beslissing van de algemene vergadering van een vennootschap door de rechter); 3) het verbod om voor een bepaalde tijd een beroep uit te oefenen (vb. de leraar, de arts, de magistraat, de advocaat zijn geschorst…). Het gaat in al die gevallen om een bepaalde periode waarin iets niet loopt, niet mag, buitenspel gezet wordt.

Het moment waarop een onderneming duurzaam heeft opgehouden met betalen en zich aldus in een blijvende onmogelijkheid bevindt om zijn vaststaande en opeisbare schulden te voldoen. Dit is één van de faillissementsvoorwaarden.

Een stil faillissement (of besloten voorbereiding van faillissement) is een juridische procedure die een onderneming de mogelijkheid biedt om in alle discretie een faillissement voor te bereiden. Tijdens deze voorbereidende periode kan de onderneming in alle beslotenheid de overdracht van de activa en/of activiteiten (of een deel ervan) voor te bereiden. De bedoeling hiervan is om de waarde van de onderneming en de werkgelegenheid zoveel als mogelijk te behouden door de negatieve publiciteit rond een faillissement (tijdelijk) te vermijden. De rechtbank zal bij de opening van een stil faillissement een “beoogd curator” aanstellen die betrokken wordt bij de voorbereiding van het faillissement en daarbij waakt over de belangen van de schuldeisers. De overdracht van activa/activiteiten vindt pas plaats eens de onderneming effectief failliet verklaard is.

Een gebeurtenis (vb. een dagvaarding die de verjaring doet stoppen en een nieuwe verjaringstermijn doet lopen).

De buitengerechtelijke uitsluiting van één (of meerdere) aandeelhouders tegen uitbetaling van een scheidingsaandeel door de vennootschap bij gemotiveerd besluit van de algemene vergadering wegens wettige of statutaire redenen. Deze mogelijkheid bestaat in de CV en in de BV (indien statutair voorzien).

De eenzijdige opzegging van de vennootschapsverbintenis door een aandeelhouder. De vennootschap betaalt een scheidingsaandeel aan de uittredende aandeelhouder en de aandelen van de uittredende aandeelhouder worden vervolgens vernietigd. De uittreding voorloopt buitengerechtelijk. Deze mogelijkheid bestaat in de CV en in de BV (indien statutair voorzien).

De administratieve naam van je onderneming, die dient om je onderneming als rechtspersoon te identificeren. Het is de naam waaronder je bedrijf geregistreerd is bij de Kruispuntbank van ondernemingen en die gebruikt zal worden in alle officiële documenten.

Het natuurlijk einde van een vennootschap of vereniging is de ontbinding en vereffening ervan. De vereffening kan (i) van rechtswege plaatsvinden (bijvoorbeeld bij het verstrijken van de statutair bepaalde duur), (ii) vrijwillig zijn (bij beslissing van de algemene vergadering), of, (iii) gerechtelijk zijn (door de rechtbank worden uitgesproken). Bij een vereffening van een vennootschap zal de vereffenaar (aangeduid door de algemene vergadering of de rechtbank) het actief van de vennootschap “realiseren” (lees: alle activa verkopen en openstaande vorderingen innen) om met de opbrengst de schuldeisers te betalen.

Maximale termijn waarin je een vordering kunt stellen. De verjaring van een vordering uit overeenkomst is, in het algemeen, tien jaar. De verjaring van een vordering buiten overeenkomst is, in het algemeen, vijf jaar na de gebeurtenis waardoor je schade leed. Er zijn veel nuances en uitzonderlingen. De verjaring kan “gestuit” (zie: “stuiting”) of “geschorst” (zie “schorsing”) worden.

Een natuurlijk persoon onderneming die vóór 1 mei 2018 failliet werd verklaard, kon door de rechtbank van koophandel (dat is nu de ‘ondernemingsrechtbank’) verschoonbaar verklaard worden. Tegen een natuurlijk persoon gefailleerde die veschoonbaar werd verklaard, kunnen geen daden van tenuitvoerlegging meer worden gesteld voor schulden ontstaan voorafgaand of tijdens de looptijd van het faillissement. De verschoonbaar verklaarde gefailleerde werd geacht gerehabiliteerd te zijn.

De curator, het openbaar ministerie of elke belanghebbende (vb. schuldeiser) kunnen zich verzetten tegen de kwijtschelding. De verzetdoende partij moet daarbij aantonen dat de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of onjuiste inlichtingen heeft verstrekt aan de curator of de rechter-commissaris. De kwijtschelding kan dan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, waardoor de gefailleerde na sluiting van zijn faillissement die schulden dan toch nog zal moeten betalen.

Het recht van een schuldeiser om bij voorrang te worden betaald voor de andere schuldeisers bij een faillissement of vereffening van de schuldenaar

De vraag om het recht dat je denkt te hebben te laten uitvoeren. Je vordert betaling wil zeggen dat je iemand vraagt om iets aan je te betalen waarop je meent recht te hebben. Als je denkt een recht te hebben, maar dat niet vraagt, zal het recht door verloop van tijd verdwijnen (zie: “verjaring”).

Een actiefbestand (zoals een huis, wagen, inboedel, aandelen, handelszaak, schuldvordering, etc.) dat een schuldenaar aan een schuldeiser geeft als zekerheid voor de betaling van een bepaalde schuld; bij wanbetaling mag de schuldeiser het onderpand verkopen om zijn vordering te voldoen.

Juridisch woordenboek

Begrip
Uitleg
Afrekeningsvergadering/Slotvergadering
Indien de curator alle faillissementsverrichtingen heeft afgerond, zal door de curator een afrekening worden gemaakt. De afrekening zal inhouden welk dividend aan welke schuldeisers kan worden betaald. De afrekening zal moeten worden goedgekeurd op de afrekeningsvergadering. Als schuldeiser zal je worden uitgenodigd op de afrekeningsvergadering. Jouw aanwezigheid is niet verplicht. Indien je niet akkoord zou zijn met de rekening van de curator, moet je wel aanwezig zijn op de afrekeningsvergadering om je opmerkingen mee te delen.
Alarmbelprocedure
De algemene vergadering bij een BV of CV moet binnen de twee maanden worden samengeroepen door het bestuursorgaan, wanneer het eigen vermogen negatief is geworden of dreigt negatief te worden (balanstest) of wanneer niet langer vaststaat dat de vennootschap haar schulden zal kunnen terugbetalen in de volgende 12 maanden (liquiditeitstest). Bij een NV mag het eigen vermogen niet dalen onder de helft van het kapitaal. Het bestuursorgaan stelt dan voor om de vennootschap te ontbinden of verder te zetten. In het tweede geval moet zij een verslag opstellen met herstelmaatregelen.
Balanstest
Deze test houdt in dat het netto-actief niet negatief zal worden en wordt nagezien door de algemene vergadering.
Beslag
Beslag is een juridische maatregel waarbij een schuldeiser via een gerechtsdeurwaarder bepaalde goederen van zijn schuldenaar in beslag laat nemen om de betaling van een schuld af te dwingen. Een beslag kan bewarend of uitvoerend zijn. Bij bewarend beslag blijven de goederen eigendom van de schuldenaar en mag de schuldenaar ze nog gebruiken, maar niet meer verkopen of wegschenken. Bewarend beslag heeft dus vooral een preventieve werking, met name vermijden dat het vermogen van de schuldenaar vermindert. Bij uitvoerend beslag worden de in beslag genomen goederen effectief verkocht en komt de opbrengst van de verkoop toe aan de schuldeiser(s). Daarnaast is er het onderscheid tussen een beslag op roerende goederen, op onroerende goederen of onder derden. Beslag onder derden is de inbeslagname van goederen of gelden die de schuldenaar van iemand anders moet ontvangen. Een voorbeeld hiervan is loonbeslag, waarbij de werkgever van de schuldenaar verplicht wordt een deel van het loon van de werknemer in te houden en door te storten naar de schuldeiser.
Boedelschulden
Of anders gezegd, schulden van de boedel. Het betreft schulden die door de curator zijn aangegaan na het openvallen van het faillissement, die bovendien een nauwe band dienen te hebben met het beheer van de boedel. Het zijn aldus schulden met betrekking tot lopende contracten, de voortzetting van handelsactiviteiten door de curator, dan wel met betrekking tot het beheer, de wedersamenstelling, de vereffening en de verdeling van de boedel.
Buitencontractuele aansprakelijkheid
Als iemand buitencontractueel aansprakelijk wordt gesteld, betekent dit dat iemand verantwoordelijk wordt gehouden voor schade, zonder dat er een contract is tussen de veroorzaker van die schade en de schadelijder. De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn schade veroorzaakt door een verkeersongeval of schade veroorzaakt door een huisdier. Er bestaat geen contract tussen het slachtoffer en de bestuurder van de wagen of de eigenaar van het dier, vandaar “buitencontractuele” aansprakelijkheid.
Buitengerechtelijk minnelijk akkoord
Een buitengerechtelijk minnelijk akkoord is een akkoord dat een onderneming in moeilijkheden sluit met één of meerdere schuldeisers, zonder tussenkomst van de rechtbank. Het doel is om de schuldenlast dragelijker te maken, bijvoorbeeld door een uitstel van betaling of een gedeeltelijke kwijtschelding. Dit akkoord wordt vertrouwelijk onderhandeld en wordt niet openbaar gemaakt.
Buitengerechtelijke ontbinding
De buitengerechtelijke ontbinding van een overeenkomst houdt in dat één van de partijen de overeenkomst beëindigt zonder tussenkomst van de rechter, omdat de andere partij haar verplichtingen niet nakomt. Indien de partij tegen wie de ontbinding wordt ingeroepen zich hiertegen verzet, kan de rechter achteraf toetsen of de buitengerechtelijke ontbinding wel terecht was.
Conclusie(kalender)
Een schriftelijke uiteenzetting van de standpunten en argumenten van een partij in een rechtszaak. Conclusies worden meestal geschreven door advocaten en bevatten de feiten, toepasselijke wetgeving en juridische argumenten om de standpunten van een partij te onderbouwen. De rechtbank zal op basis van de door partijen neergelegde conclusies (en de pleitzitting) een uitspraak vellen. De partijen/advocaten spreken vaak deadlines af voor het indienen van hun conclusies zodat de zaak niet vertraagd wordt. Dit is een conclusiekalender. De rechtbank kan ook een conclusiekalender opleggen aan de partijen als ze hierover geen akkoord vinden.
Curator
Als een onderneming failliet wordt verklaard, dan stelt de rechtbank een curator (meestal een advocaat) aan. Het is de taak van de curator om – onder toezicht van de rechter-commissaris het actief te realiseren om hiermee zoveel mogelijke schulden terug te betalen. De curator zal kort na de opening van het faillissement bij de gefailleerde onderneming langsgaan om een inventaris op te nemen en informatie te verzamelen. De curator zal ook beslissen wat er gebeurt met lopende overeenkomsten en lopende procedures. Bij de afsluiting van het faillissement maakt de curator een rangregeling op en verdeelt hij de opbrengst van het gerealiseerde actief onder de schuldeisers, na aftrek van de kosten zoals zijn/haar ereloon.
Daden van tenuitvoerlegging
Daden van tenuitvoerlegging zijn handelingen die worden verricht om een “executoriale titel” (zoals een vonnis, een dwangbevel of een notariële akte) daadwerkelijk uit te voeren. Bij voorbeeld: iemand wordt door een rechter veroordeeld om een schuld te betalen, maar gaat niet vrijwillig over tot betaling, dan kan een gerechtsdeurwaarder stappen zetten om betaling te bekomen. De gerechtsdeurwaarder kan daartoe bij voorbeeld uitvoerend beslag leggen op de bankrekening van die schuldenaar.
Dagvaarding
Oproeping voor een rechtbank. De gerechtsdeurwaarder bezorgt (“betekent”) de dagvaarding. In de dagvaarding staat 1) waar en wanneer je op de rechtbank moet zijn, 2) waarom iemand (“de eiser” of “de procureur”) dat vindt, en 3) wat hij of zij vraagt. Zo je een dagvaarding ontvangt moet je ofwel zelf naar de rechtbank gaan ofwel iemand (best een advocaat) vragen om dat voor jou te doen (“te verschijnen”). Zo je niet gaat, zul je waarschijnlijk “bij verstek” worden veroordeeld zoals het is gevraagd.
Deficitaire vereffening
Als er bij een vereffening onvoldoende “actief” (lees: geld) is/zal zijn om alle schuldeisers te betalen, dan is er sprake van een deficitaire vereffening. (Vereffening wordt hieronder gedefinieerd). Doordat niet alle schuldeisers zomaar betaald kunnen worden, zal de vereffenaar op het einde van de vereffening een rangregeling moeten opmaken en die moeten voorleggen aan de rechtbank ter goedkeuring.
Dwangsom
Een partij kan, bij de niet-naleving van zijn hoofdveroordeling, op vordering van één van de wederpartijen bijkomend veroordeeld worden tot de betaling van een geldsom. Dit kan worden vastgelegd per overtreding, per tijdseenheid, dan wel doormiddel van één bedrag. Het dient als een financiële prikkel om de hoofdveroordeling alsnog uit te voeren. Daarbij kan een dwangsom niet worden opgelegd voor een geldsomveroordeling, noch voor een vordering die strekt tot de nakoming van een arbeidsovereenkomst.
Faillissementsboedel
Alle bezittingen van de gefailleerde die bestemd zijn om de schuldeisers te betalen. De curator stelt deze boedel samen bij de opening van het faillissement. Alles wat de gefailleerde nog bezit of nog zal verkrijgen (zoals openstaande facturen of terugbetalingen) valt in principe in de boedel.
Fiscaal attest
Een fiscaal attest wordt gevraagd door schuldeisers in een faillissement om hun vorderingen op gefailleerde “af te boeken”. De schuldeiser beoogt met dit fiscaal attest zijn vordering op de gefailleerde als beroepsverlies te kunnen aftrekken van zijn belastbaar resultaat of de geboekte waardevermindering fiscaal vrij te stellen. Dergelijk fiscaal attest zal door de curator pas bij afsluiting van het faillissement worden afgeleverd, indien blijkt dat er geen of slechts een gedeeltelijk dividend kan worden uitgekeerd.
Gerechtelijke reorganisatie
Een procedure waarmee een onderneming die tijdelijk in moeilijkheden zit, bescherming kan vragen tegen haar schuldeisers om haar activiteiten voort te zetten en opnieuw leefbaar te maken. Er zijn twee vormen: een minnelijk akkoord en een collectief akkoord (met reorganisatieplan). Beiden types reorganisatie kunnen openbaar of besloten zijn. Een overdracht onder gerechtelijk gezag is naar de letter van de wet geen reorganisatieprocedure meer, maar men kent ook hier de bescherming tegen de schuldeisers (opschorting). Tijdens de procedure kan de onderneming tijdelijk niet failliet verklaard worden.
Geschillenregeling
De geschillenregeling is een gerechtelijke procedure die aandeelhouders van een BV of een NV de mogelijkheid biedt om conflicten binnen de vennootschap op te lossen door middel van een gedwongen aandelenoverdracht. Dit kan ofwel door de uitsluiting van een aandeelhouder, die verplicht wordt zijn aandelen over te dragen aan de andere aandeelhouders of door de uittreding van een aandeelhouder, die de andere aandeelhouders verplicht om zijn aandelen over te nemen. Een vordering tot uitsluiting of uittreding van een aandeelhouder wordt enkel toegekend als er sprake is van een gegronde reden voor dergelijke vordering. Deze procedure wordt vaak de vennootschapsrechtelijke echtscheiding genoemd.
Handelsnaam
De commerciële naam van je onderneming, waaronder je deelneemt aan het handelsverkeer of eenvoudiger gezegd, de naam waaronder het publiek je onderneming kent. Het is de naam die wordt vermeld op je uithangbord, op je briefpapier en in je e-mailhandtekening.
Hof van Cassatie
Het Hof van Cassatie is het hoogste rechtscollege van België en is uitsluitend bevoegd om te oordelen over de wettigheid van rechterlijke beslissingen. Het onderzoekt niet de feiten zelf, maar gaat na of de wet correct is geïnterpreteerd en toegepast, en of de procedurevoorschriften zijn nageleefd. Wanneer het cassatieberoep gegrond wordt verklaard, vernietigt het Hof de aangevochten beslissing en verwijst het de zaak naar een andere rechtbank voor een nieuwe beoordeling.
Hoofdelijkheid
Meerdere schuldenaren zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eenzelfde gemeenschappelijke schuld, waarbij elke schuldenaar kan worden aangesproken voor de volledige schuld. Verbintenissen zijn in principe steeds deelbaar (waarbij elke schuldenaar louter voor zijn aandeel kan worden aangesproken), waardoor hoofdelijkheid steeds moet worden bedongen of wettelijk moet worden voorzien. De betaling door één schuldenaar bevrijdt de andere schuldenaren ten aanzien van de schuldeiser.
In solidum
Ook dit vormt een uitzondering op de principiële deelbaarheid van verbintenissen. De schuldenaren kunnen voor de volledige schuld aangesproken worden, ongeacht of hun onderlinge verbintenissen met elkaar verbonden zijn. Er dient, in tegenstelling tot de hoofdelijkheid, aldus niet noodzakelijk sprake te zijn van gezamenlijke verbintenissen. Het kan met andere woorden dus ook voortvloeien uit verschillende en onafhankelijke verbintenissen.
Indienen van een schuldvordering
Wanneer een schuldeiser geld tegoed heeft van een gefailleerde, moet hij dat officieel aangeven in het faillissement. Dat heet het “indienen van een schuldvordering”. Dit gebeurt via een standaardformulier op RegSol (het online platform voor faillissementen) en moet op straffe van verval binnen het jaar na het openvallen van het faillissement gebeuren. Zie ook https://crivitslegal.be/blog/handleiding-het-indienen-van-een-schuldvordering/
Ingebrekestelling
Bericht, dikwijls per aangetekende post, waarin iemand je vraagt (“aanmaant”) om iets te doen waartoe je – volgens degene die dat vraag – wettelijk verplicht bent. Het kan gaan om een verplichting uit een overeenkomst (vb. betalen tegen een bepaalde datum) of een verplichting uit de wet (vb. de overhangende takken van je bomen snoeien). Als je een ingebrekestelling ontvangt, antwoord je daar beter op en dit op dezelfde manier (vb. ook met een aangetekende brief).
Kwijtschelding
Een natuurlijk persoon onderneming die na 1 september 2023 failliet wordt verklaard, wordt bij de sluiting van diens faillissement bevrijd van alle restschulden (lees: moet die niet meer betalen). De gefailleerde moet daarvoor niets doen. De kwijtschelding wordt automatisch bekomen. Let wel, de curator, het openbaar ministerie of elke schuldeiser (“belanghebbende”) kan zich tegen de kwijtschelding verzetten.
Licentieovereenkomst
Een licentieovereenkomst is een contract tussen twee partijen waarbij de ene partij (de licentiegever) toestemming geeft aan de andere partij (de licentienemer) om een bepaald intellectueel eigendomsrecht, zoals een merk, octrooi of auteursrecht, te gebruiken. De overeenkomst bepaalt de voorwaarden waaronder het recht mag worden gebruikt, zoals de duur, het gebied en de vergoeding voor het gebruik.
Liquiditeitstest
Deze test wordt uitgevoerd door het bestuursorgaan en bepaalt dat de vennootschap in staat moet zijn haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar zijn geworden over een periode van 12 maanden volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen.
Merknaam
De naam waaronder de producten of diensten van je onderneming op de markt worden gebracht, met als doel deze te onderscheiden van andere ondernemingen.
Minnelijke schikking (voor de Kamer van Ondernemingen in Moeilijkheden)
Wanneer een ondernemer-schuldenaar dreigt niet langer in staat te zullen zijn om zijn opeisbare schulden te betalen, kan die een verzoek richten tot de Kamer van Ondernemingen in Moeilijkheden (de KOIM) om één of meerdere schuldeisers op te roepen. Die schuldenaar en schuldeisers worden dan door de KOIM gehoord achter gesloten deuren (afzonderlijk of gezamenlijk) met het oog op het onderhandelen van een eventuele schikking. Daarbij kan de schuldenaar bijvoorbeeld een uitstel van betaling of een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld vragen. Als er een akkoord wordt bereikt, dan wordt door de KOIM genoteerd in een proces-verbaal met formulier van tenuitvoerlegging.
NDA – Non Disclosure Agreement
Een geheimhoudingsovereenkomst, de informatie in deze overeenkomst is aldus strikt vertrouwelijk.
Netto-actief
Het totaal van de activa verminderd met voorzieningen en schulden.
Ontbindende voorwaarde
Een voorwaarde die bepaalt dat een overeenkomst wordt beëindigd zodra een toekomstige, onzekere verbintenis zich voordoet. De overeenkomst heeft onmiddelijke uitwerking vanaf het sluiten, maar verdwijnt automatisch als de voorwaarde vervuld wordt. Voorbeeld: De overnameovereenkomst van een onderneming wordt gesloten “onder de ontbindende voorwaarde” van het verkrijgen van de goedkeuring van de mededingingsautoriteit binnen de drie maanden na ondertekening.
Ontbinding van overeenkomst
De beëindiging van een overeenkomst wanneer één van de partijen haar contractuele verplichtingen niet nakomt. De benadeelde partij kan aan de rechter vragen om de overeenkomst te ontbinden. Als de rechter de ontbinding uitspreekt, worden beide partijen bevrijd van hun verdere verplichtingen, met behoud van het recht op schadevergoeding.
Oprichtersaansprakelijkheid
Wanneer het faillissement drie jaar na oprichting wordt uitgesproken en het start’kapitaal’ kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar kunnen oprichter(s) van de vennootschap in faillissement aansprakelijk worden gesteld.
Opschortende voorwaarde
Een voorwaarde die bepaalt dat een overeenkomst pas uitwerking krijgt als een toekomstige, onzekere gebeurtenis zich voordoet. Tot die gebeurtenis plaatsvindt, bestaan de verbintenissen in theorie al, maar kunnen ze nog niet worden afgedwongen. Voorbeeld: een koopovereenkomst waarbij de verkoop van een onroerend goed enkel doorgaat “onder de opschortende voorwaarde” dat de koper een lening krijgt van de bank.
Proces-verbaal van verificatie
Een verslag dat de curator opmaakt na het onderzoek van de schuldvorderingen die door schuldeisers zijn ingediend. In het verslag vermeldt de curator welke vorderingen aanvaard, betwist of voorlopig aangehouden zijn. Dit verslag wordt voorgelegd aan de rechter-commissaris en kan leiden tot een betwistingsprocedure.
Rangregeling
Een rangregeling bepaalt of en in welke volgorde schuldeisers bij een faillissement of vereffening worden betaald, waarbij sommige vorderingen (zoals bijzonder bevoorrechte, pandhoudende of hypothecaire vorderingen) voorrang hebben boven andere (zoals gewone (“chirografaire”) vorderingen). In de praktijk zullen de bijzonder bevoorrechte, pandhoudende of hypothecaire schuldeisers vaak (gedeeltelijk) worden betaald, terwijl de algemeen bevoorrechte en gewone schuldeisers doorgaans weinig tot niets ontvangen.
Rechter-commissaris
Een rechter-commissaris wordt door de ondernemingsrechtbank aangesteld bij een faillissement. Hij houdt toezicht op het werk van de curator en ziet erop toe dat de procedure correct verloopt. De curator moet hem regelmatig op de hoogte houden en voor belangrijke beslissingen (zoals het sluiten van een akkoord of het verkopen van activa) heeft hij vaak de toestemming van de rechter-commissaris nodig.
RegSol
(Het Centraal Register voor Solvabiliteit): een digitale databank waarin in België de procedures worden geregistreerd die betrekking hebben op ondernemingen in financiële moeilijkheden. Het betreft onder meer de dossiers inzake gerechtelijke reorganisaties, overdrachten onder gerechtelijk gezag en faillissementen. Deze databank dient als centraal platform voor de raadpleging en het beheer van insolventieprocedures door rechtbanken, curatoren, schuldeisers en andere betrokken partijen.
Reorganisatieplan
Een herstelplan dat een onderneming-schuldenaar voorlegt aan de schuldeisers in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord. Het plan bevat een voorstel van afbetaling voor het geheel of een gedeelte van de schulden over een periode van maximum vijf jaar. De schuldeisers kunnen stemmen over dit plan. Als de meerderheid van de schuldeisers het plan goedkeurt, en de rechtbank het plan homologeert, dan wordt het bindend ten aanzien van de schuldenaar-onderneming en alle schuldeisers.
Samenloop (ingeval van faillissement)
De situatie waarin meerdere schuldeisers gelijktijdig aanspraken doen gelden op het vermogen van de gefailleerde schuldenaar. De samenloopsituatie zorgt voor de fixatie (kristalisatie) van de rechten van de schuldeisers, ten gevolge waarvan hun individuele aanspraken worden opgeschort en de intresten worden gestuit. Samenloop waarborgt op deze manier de gelijkheid tussen de schuldeisers.
Scheidingsaandeel
Het scheidingsaandeel is het bedrag dat een aandeelhouder krijgt bij zijn (buitengerechtelijke) uittreding of uitsluiting uit de vennootschap of bij de ontbinding van de vennootschap.
Schorsing
Schorsing betekent meerdere zaken, onder meer: 1) periode waarin de “verjaring” wordt onderbroken; 2) periode waarin een beslissing is geblokkeerd (vb. de “schorsing” van een administratieve beslissing door de Raad van State; de “schorsing” van de beslissing van de algemene vergadering van een vennootschap door de rechter); 3) het verbod om voor een bepaalde tijd een beroep uit te oefenen (vb. de leraar, de arts, de magistraat, de advocaat zijn geschorst…). Het gaat in al die gevallen om een bepaalde periode waarin iets niet loopt, niet mag, buitenspel gezet wordt.
Staking van betaling
Het moment waarop een onderneming duurzaam heeft opgehouden met betalen en zich aldus in een blijvende onmogelijkheid bevindt om zijn vaststaande en opeisbare schulden te voldoen. Dit is één van de faillissementsvoorwaarden.
Stil faillissement
Een stil faillissement (of besloten voorbereiding van faillissement) is een juridische procedure die een onderneming de mogelijkheid biedt om in alle discretie een faillissement voor te bereiden. Tijdens deze voorbereidende periode kan de onderneming in alle beslotenheid de overdracht van de activa en/of activiteiten (of een deel ervan) voor te bereiden. De bedoeling hiervan is om de waarde van de onderneming en de werkgelegenheid zoveel als mogelijk te behouden door de negatieve publiciteit rond een faillissement (tijdelijk) te vermijden. De rechtbank zal bij de opening van een stil faillissement een “beoogd curator” aanstellen die betrokken wordt bij de voorbereiding van het faillissement en daarbij waakt over de belangen van de schuldeisers. De overdracht van activa/activiteiten vindt pas plaats eens de onderneming effectief failliet verklaard is.
Stuiting
Een gebeurtenis (vb. een dagvaarding die de verjaring doet stoppen en een nieuwe verjaringstermijn doet lopen).
Uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen
De buitengerechtelijke uitsluiting van één (of meerdere) aandeelhouders tegen uitbetaling van een scheidingsaandeel door de vennootschap bij gemotiveerd besluit van de algemene vergadering wegens wettige of statutaire redenen. Deze mogelijkheid bestaat in de CV en in de BV (indien statutair voorzien).
Uittreding lastens het vennootschapsvermogen
De eenzijdige opzegging van de vennootschapsverbintenis door een aandeelhouder. De vennootschap betaalt een scheidingsaandeel aan de uittredende aandeelhouder en de aandelen van de uittredende aandeelhouder worden vervolgens vernietigd. De uittreding voorloopt buitengerechtelijk. Deze mogelijkheid bestaat in de CV en in de BV (indien statutair voorzien).
Vennootschapsnaam
De administratieve naam van je onderneming, die dient om je onderneming als rechtspersoon te identificeren. Het is de naam waaronder je bedrijf geregistreerd is bij de Kruispuntbank van ondernemingen en die gebruikt zal worden in alle officiële documenten.
Vereffening
Het natuurlijk einde van een vennootschap of vereniging is de ontbinding en vereffening ervan. De vereffening kan (i) van rechtswege plaatsvinden (bijvoorbeeld bij het verstrijken van de statutair bepaalde duur), (ii) vrijwillig zijn (bij beslissing van de algemene vergadering), of, (iii) gerechtelijk zijn (door de rechtbank worden uitgesproken). Bij een vereffening van een vennootschap zal de vereffenaar (aangeduid door de algemene vergadering of de rechtbank) het actief van de vennootschap “realiseren” (lees: alle activa verkopen en openstaande vorderingen innen) om met de opbrengst de schuldeisers te betalen.
Verjaring
Maximale termijn waarin je een vordering kunt stellen. De verjaring van een vordering uit overeenkomst is, in het algemeen, tien jaar. De verjaring van een vordering buiten overeenkomst is, in het algemeen, vijf jaar na de gebeurtenis waardoor je schade leed. Er zijn veel nuances en uitzonderlingen. De verjaring kan “gestuit” (zie: “stuiting”) of “geschorst” (zie “schorsing”) worden.
Verschoonbaarheid
Een natuurlijk persoon onderneming die vóór 1 mei 2018 failliet werd verklaard, kon door de rechtbank van koophandel (dat is nu de ‘ondernemingsrechtbank’) verschoonbaar verklaard worden. Tegen een natuurlijk persoon gefailleerde die veschoonbaar werd verklaard, kunnen geen daden van tenuitvoerlegging meer worden gesteld voor schulden ontstaan voorafgaand of tijdens de looptijd van het faillissement. De verschoonbaar verklaarde gefailleerde werd geacht gerehabiliteerd te zijn.
Verzet tegen kwijtschelding
De curator, het openbaar ministerie of elke belanghebbende (vb. schuldeiser) kunnen zich verzetten tegen de kwijtschelding. De verzetdoende partij moet daarbij aantonen dat de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of onjuiste inlichtingen heeft verstrekt aan de curator of de rechter-commissaris. De kwijtschelding kan dan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, waardoor de gefailleerde na sluiting van zijn faillissement die schulden dan toch nog zal moeten betalen.
Voorrecht
Het recht van een schuldeiser om bij voorrang te worden betaald voor de andere schuldeisers bij een faillissement of vereffening van de schuldenaar
Vordering
De vraag om het recht dat je denkt te hebben te laten uitvoeren. Je vordert betaling wil zeggen dat je iemand vraagt om iets aan je te betalen waarop je meent recht te hebben. Als je denkt een recht te hebben, maar dat niet vraagt, zal het recht door verloop van tijd verdwijnen (zie: “verjaring”).
Zadel/Onderpand
Een actiefbestand (zoals een huis, wagen, inboedel, aandelen, handelszaak, schuldvordering, etc.) dat een schuldenaar aan een schuldeiser geeft als zekerheid voor de betaling van een bepaalde schuld; bij wanbetaling mag de schuldeiser het onderpand verkopen om zijn vordering te voldoen.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!