Een gerechtelijke reorganisatie (collectief akkoord) aanvragen: wanneer en hoe?

Een onderneming die financieel in zwaar weer terechtkomt, krijgt vaak te horen dat ze “een WCO kan aanvragen”. Daarmee verwijst men naar wat sinds 2018 de procedure van gerechtelijke reorganisatie heet, afgekort de GRP. De gerechtelijke reorganisatie kent ondertussen enkele vormen, zoals een minnelijk akkoord of een reorganisatie in alle beslotenheid. De meest bekende variant blijft echter de openbare gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord.

Kort samengevat, krijgt een onderneming-schuldenaar in deze procedure de kans om een herstelplan op te stellen en dit ter stemming voor te leggen aan haar schuldeisers. Dat reorganisatieplan kan bijvoorbeeld voorzien in een gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden en/of een gespreide terugbetaling over maximaal vijf jaar.

 In deze blogpost bespreken we wanneer een onderneming een openbare gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord kan aanvragen, waarom ze dat zou doen en hoe zo’n aanvraag concreet verloopt.

Wie kan een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord aanvragen?

De procedure van gerechtelijke reorganisatie staat enkel open voor ondernemingen. Het begrip onderneming kent in de wet een ruime invulling en omvat: (i) iedere natuurlijke persoon die zelfstandige een beroepsactiviteit uitoefent, (ii) iedere rechtspersoon (zoals een BV, CV of NV) en (iii) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

De hoedanigheid van onderneming alleen volstaat echter niet. Om toegang te krijgen tot de procedure moet de continuïteit van de aanvrager onmiddellijk of op termijn bedreigd zijn.

De wetgever heeft dit criterium bewust ruim geformuleerd om de procedure laagdrempelig te houden (de zogenaamde ‘openportaalbenadering’). Het is dus niet vereist dat de continuïteit onmiddellijk in gevaar is. Ook een onderneming die haar opeisbare schulden op vandaag nog kan voldoen, maar redelijkerwijze verwacht dit op termijn moeilijk zal worden, kan een beroep doen op de reorganisatieprocedure.

In de praktijk kan een bedreiging van de continuïteit bijvoorbeeld (maar niet noodzakelijk) blijken uit:

  • aanhoudende verliezen of een uitgehold eigen vermogen;
  • een structureel negatieve cashflow;
  • een stijgende schuldenlast en toenemende druk van schuldeisers;
  • beslagen of dagvaardingen;
  • het wegvallen van een belangrijke klant of inkomstenbron;
  • externe factoren zoals plotse marktwijzigingen of sterke kostenstijgingen.

 

Ondernemingen die eerder al een gerechtelijke reorganisatie doorliepen, moeten wel rekening houden met een aantal antimisbruikbepalingen. Zo mag een nieuwe reorganisatieprocedure binnen vijf jaar na de eerdere, geen afbreuk doen aan de rechten die schuldeisers in die eerdere procedure hebben verworven. Verder zijn er ook beperkingen in de tijd.

Waarom kiezen voor een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord?

Dankzij deze procedure kan de onderneming haar activiteiten in continuïteit verderzetten terwijl zij onderhandelingen voert met haar schuldeisers, met het oog op het bereiken van een collectief akkoord over een concreet herstelplan. De modaliteiten van dat plan worden uiteengezet in het zogenaamd ‘reorganisatieplan’ dat ter stemming aan de schuldeisers zal worden voorgelegd. Tijdens de looptijd van de procedure en om de uitwerking van het herstelplan alle kansen te bieden, krijgt de onderneming bovendien bescherming tegen haar schuldeisers (de zogenaamde ‘opschorting’), wat concreet inhoudt dat de mogelijkheden tot tenuitvoerlegging aan banden worden gelegd.

Het herstelplan kan voorzien in een resem van maatregelen. Zo kan dit plan onder meer voorzien in een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, waarbij dan wel minstens 20% van de hoofdsom effectief betaald moet worden. Daarnaast kan het plan ook voorzien in een gespreide betaling, met een maximale afbetalingstermijn van vijf jaar. Voor bepaalde schuldeisers gelden nog extra vereisten of voorwaarden.

Het reorganisatieplan wordt vervolgens ter stemming voorgelegd aan de schuldeisers. Wanneer (i) de vereiste meerderheden worden behaald (er moet namelijk een dubbele meerderheid behaald worden), en (ii) de rechtbank het plan homologeert, wordt het plan bindend voor alle schuldeisers. Ook de schuldeisers die tegen het plan zouden hebben gestemd of helemaal niet deelnamen aan de stemming, zijn er dan door gebonden.

De tijdelijke bescherming tijdens de procedure, gecombineerd met een definitieve herschikking van de schuldenlast, moet de schuldenaar toelaten om de continuïteit van de onderneming ook op langere termijn te herstellen en vrijwaren.

Hoe vraag je een gerechtelijke reorganisatie aan?

De aanvraag van een gerechtelijke reorganisatie gebeurt via een verzoekschrift dat digitaal wordt ingediend bij de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waar de onderneming gevestigd is.

Wie legt het verzoekschrift neer?

Enkel de onderneming-schuldenaar zelf kan een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord aanvragen. Wanneer de schuldenaar een rechtspersoon is, behoort deze beslissing tot de bevoegdheid van het bestuursorgaan. Een voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering is daarbij niet vereist.

De schuldenaar (of zijn advocaat) legt het verzoekschrift met de bijlagen digitaal neer via RegSol. Bij de neerlegging moet de schuldenaar een eenmalige kost van (momenteel) 363 euro betalen. 

Welke informatie moet het verzoekschrift bevatten?

De wet bepaalt uitdrukkelijk welke informatie en bijlagen de schuldenaar bij het verzoekschrift moet voegen. Het gaat onder meer om:

  • een uiteenzetting van de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de continuïteit volgens de onderneming daadwerkelijk onder druk staat. In deze toelichting kan de schuldenaar bijvoorbeeld ingaan op belangrijke evoluties binnen de onderneming, reeds genomen operationele of financiële herstelmaatregelen, een eventuele oproeping door de Kamer voor Ondernemingen in Moeilijkheden (KOIM) enz;
  • de twee meest recente jaarrekeningen (of, voor natuurlijke personen, aangiftes in de personenbelasting);
  • een staat van actief en passief met resultatenrekening, die op datum van de aanvraag maximaal drie maanden oud is. Deze boekhoudkundige staat moet verplicht worden opgesteld met bijstand van een cijferberoeper, zoals een extern accountant of bedrijfsrevisor. De cijferberoeper kan daarbij een verklaring opstellen waaruit blijkt dat de staat van actief met diens bijstand is opgesteld;
  • een prognose van de inkomsten en uitgaven voor minstens de duur van de gevraagde opschorting. Ook deze cashplanning vereist de bijstand van een cijferberoeper;
  • een lijst van schuldeisers in de opschorting. Deze lijst moet actueel en volledig zijn en een getrouw beeld vormen van de schuldpositie van de onderneming. Zo omvat ze ook betwiste schuldvorderingen en moet de schuldenaar aanduiden welke schulden door zekerheden zijn gewaarborgd;
  • informatie over het personeel en eventuele verbonden ondernemingen.

 

Het verzoekschrift en de bijlagen vormen de basis van de procedure. Zij verplichten de onderneming om haar operationele en financiële situatie duidelijk in kaart te brengen en stellen de rechtbank in staat om te beoordelen of de continuïteit van de onderneming daadwerkelijk bedreigd lijkt alvorens te beslissen over het al dan niet openen van de procedure. Bijgevolg mag er niet lichtzinnig omgesprongen worden met de redactie van een verzoekschrift en/of de toe te voegen bijlagen.

Wat na de neerlegging van het verzoekschrift?

Binnen 15 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift houdt de rechtbank een zitting waarop het verzoek kan worden toegelicht. Vervolgens oordeelt de rechtbank binnen acht dagen na de zitting over het al dan niet openen van de procedure.

Als de rechtbank de procedure opent, wordt een opschorting van maximaal vier maanden toegekend, die later in de procedure eventueel kan worden verlengd. Tijdens die periode kan de onderneming haar reorganisatieplan uitwerken en gesprekken aanknopen met haar schuldeisers en geniet zij dus ook van een bepaalde bescherming.

What’s in it for me?

De procedure van gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord biedt een onderneming in moeilijkheden of waarvan de continuïteit is bedreigd mogelijkheden om tot een doorgedreven schuldherschikking te komen, waarvan de modaliteiten kunnen aangepast worden aan de specifieke noden van de onderneming en waarbij het herstelplan gedragen wordt door (minstens de helft van) de schuldeisers.

Lijkt een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord de juiste piste voor jouw onderneming? Of twijfel je nog over andere mogelijke scenario’s? Contacteer ons gerust voor meer informatie.

Facebook
LinkedIn
Picture of Marlies De Brabandere

Marlies De Brabandere

Marlies De Brabandere is een recht-door-zee-advocaat, met een passie voor het insolventie- en het bredere vennootschapsrecht. Ze neemt geen blad voor de mond als het aankomt op het verdedigen van haar cliënten. Haar diepgaande kennis en vastberadenheid maken haar een onmisbare kracht voor al uw juridische kwesties. Of het nu gaat om adviseren, onderhandelen of procederen, Marlies staat haar mannetje en staat altijd klaar om haar cliënten met toewijding te vertegenwoordigen.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!