Bij een overname van een onderneming in de vorm van een share deal, en klassiek wanneer de overnemer een private equity fonds is, wordt aan de oprichters-verkopers vaak gevraagd om nog gedurende een bepaalde periode operationeel actief te blijven én een deel van de verkoopopbrengst te herinvesteren. Op die manier wenst de overnemer de belangen van verkoper en koper te aligneren: ook de verkoper heeft er zo alle belang bij dat het bedrijf het na de overname goed blijft doen.
Van eigenaar naar minderheidsaandeelhouder
Door te herinvesteren bekleed je als “doorrollende verkoper” na de overname echter plots een minderheidspositie in je voorheen eigen bedrijf. Dat betekent dat je het niet langer voor het zeggen hebt en dat je rendement op die herinvestering in belangrijke mate afhankelijk wordt van de keuzes, maar ook van de wil van de overnemer. Tenzij je daarover vooraf de juiste afspraken hebt gemaakt, uiteraard.
Zolang je als doorrollende verkoper operationeel actief bent, stelt zich doorgaans en behoudens de vrijwel altijd aanwezige frustraties over de nieuwe aanpak, nog geen groot probleem. Maar wat als de overnemer, al dan niet voortijdig, beslist om je operationeel mandaat te beëindigen? Of wanneer er een conflict ontstaat waardoor de samenwerking stopt?
De overnemer zal er bij het sluiten van de overnameovereenkomsten wel over gewaakt hebben dat zijn belangen beschermd zijn. Er zal een good leaver / bad leaver-regeling worden uitgewerkt, met een call-optie voor de overnemer op de aandelen van de doorrollende verkoper op het moment dat die operationeel afscheid (moet) nemen van het bedrijf.
Van minderheidsaandeelhouder naar vogel in een kooi
Dat de overnemer voor zichzelf een aankoopoptie voorziet, is op zich geen probleem. Wat echter vaak ontbreekt, is een evenwichtige tegenhanger: een putoptie voor de vertrekkende doorrollende verkoper. Indien een dergelijke verkoopoptie bij operationeel vertrek niet is voorzien en er evenmin een andere buitengerechtelijke exitmogelijkheid opgenomen werd in de statuten, ben je volledig afhankelijk van de bereidheid van de overnemer om jouw participatie over te nemen.
In geval van conflict, of wanneer de overnemer een daling van de waarde van de onderneming verwacht, kan het perfect zijn dat hij weigert om jouw participatie over te nemen. Het gevolg? Je zit als minderheidsaandeelhouder muurvast.
Bovendien kan dit je toekomstmogelijkheden aanzienlijk beperken. In dergelijke transacties wordt immers quasi standaard een concurrentieverbod voorzien zolang je aandeelhouder bent. Op zich is dat begrijpelijk, maar zonder exitmogelijkheid kan dit verregaande gevolgen hebben: je mag geen concurrerende activiteit opstarten of werken voor een bedrijf in dezelfde sector – de sector die je het best kent – zolang je aandeelhouder blijft, terwijl je je aandelen niet kan verkopen. Het verbod op concurrentie kan dus in theorie eeuwig blijven duren. Op die manier word je zowel financieel als professioneel volledig geblokkeerd.
Wil je dit vermijden en je liquiditeit als doorrollende verkoper verzekeren? Dan is het cruciaal om ten tijde van de overname de juiste afspraken te maken. Ons kantoor staat je daarin graag bij.


