Een schone lei na faillissement dankzij de automatische kwijtschelding van de restschulden

Sinds 1 september 2023 wordt de gunst van de kwijtschelding van de restschulden in principe automatisch toegekend bij sluiting van het faillissement van een natuurlijk persoon gefailleerde. De restschulden doven volledig uit, waardoor de gefailleerde ze niet meer moet/kan betalen. De natuurlijk persoon gefailleerde hoeft daarvoor niets te ondernemen.

Dat is ooit anders geweest. In deze blogpost ga ik dieper in op de historiek van het principe van de kwijtschelding, de draagwijdte ervan onder het huidig wettelijk kader en de mogelijkheden van belanghebbenden om ertegen verzet aan te tekenen.

Historiek

Het is de taak van een faillissementscurator om alle activa van de natuurlijk persoon gefailleerde te realiseren met het oog op de betaling van diens schuldeisers. De curator zal dit doen door onder andere de (on)(roerende) goederen te verkopen en alle (klanten-)vorderingen te innen. Hij/zij zal de opbrengsten daarvan verdelen over de schuldeisers met respect voor de wettelijke regels van voorrang. In het merendeel van de faillissementen volstaan die opbrengsten echter niet om alle schuldeisers (integraal) te betalen waardoor er bij de sluiting van het faillissement restschulden overblijven.

Vroeger moest de natuurlijk persoon gefailleerde die “oude” schulden na sluiting van het faillissement nog voldoen. Onbetaalde schuldeisers konden verder uitvoeringsmaatregelen treffen tegen ex-gefailleerden die daardoor geen echte kans meer hadden om na een faillissement opnieuw (succesvol) deel te nemen aan het economisch verkeer.

Onder verwijzing naar het fresh start-principe werd met de Faillissementswet van 8 augustus 1997 het principe van verschoonbaarheid ingebed. De natuurlijk persoon gefailleerde die de rechtbank ervan overtuigde dat hij/zij ongelukkig en te goeder trouw was, kon de gunst van de verschoonbaarheid bekomen. De rechtbank voerde daartoe onderzoek uit ten gronde: analyseerde de aangereikte dossierstukken, hoorde de curator en baseerde zich op het advies van de rechter-commissaris. In de praktijk kwam het erop neer dat je als gefailleerde moest aantonen dat je geen kennelijk grove fouten had begaan (cf. fraude, ontbreken van boekhouding, systematisch niet betalen van overheidsschuldeisers teneinde zich op kunstmatige wijze krediet te verschaffen, etc.).

Als je de gunst van de verschoonbaarheid bekwam, konden schuldeisers na sluiting van het faillissement geen uitvoeringsmaatregelen meer treffen om betaling te bekomen van die “oude” schulden. Hoewel de verschoonbaarheid die restschulden niet deed uitdoven – je kon ze nog steeds vrijwillig betalen – was dit wel een krachtig middel voor de gefailleerde om later opnieuw iets te kunnen opbouwen. De natuurlijk persoon gefailleerde kon zich voortaan immers beroepen op deze exceptie van verweer ten aanzien van schuldeisers die daden van uitwinning stelden betreffende die restschulden (waaronder bv. het laten leggen van beslag).

Sinds 1 mei 2018 werd die regeling ten voordele van de natuurlijk persoon gefailleerde verder aangescherpt door te voorzien in een automatische kwijtschelding van de restschulden op voorwaarde dat de gefailleerde daartoe tijdig een verzoek indiende. Als het verzoek tijdig werd ingediend, moest de rechtbank de kwijtschelding in principe toekennen. De rechtbank beschikt sindsdien dus niet langer over een appreciatiebevoegdheid en voert geen onderzoek meer uit. De curator wordt niet gehoord en de rechter-commissaris verstrekt geen advies meer.

De rechtbank diende zich in principe uiterlijk bij de sluiting van het faillissement uit te spreken over de kwijtschelding. De gefailleerde kon vanaf zes maanden na het faillissementsvonnis ook vragen aan de rechtbank om vervroegd uitspraak te doen over de kwijtschelding van het faillissement.

Als de gefailleerde het verzoek tijdig indiende, dan kon enkel een gegrond verzet door een belanghebbende (een schuldeiser, het Openbaar Ministerie of de curator) de kwijtschelding nog verhinderen.

Als het verzoek niet tijdig (vervaltermijn van drie maanden vanaf de publicatie van het faillissementsvonnis) werd ingediend, dan verloor de gefailleerde onherroepelijk het recht op kwijtschelding. Het Grondwettelijk Hof heeft deze vervaltermijn ongrondwettig verklaard, waardoor de wetgever bij wet van 7 juni 2023 de wet heeft aangepast.

Huidig wettelijk kader en draagwijdte

De gunst van de kwijtschelding is voor faillissementen uitgesproken vanaf 1 september 2023 niet meer onderhevig aan het (tijdig) indienen van een verzoek tot het bekomen van kwijtschelding maar wordt voortaan automatisch toegekend bij de sluiting van het faillissement. De natuurlijk persoon gefailleerde kan sinds 1 september 2023 de rechtbank niet meer verzoeken vervroegd uitspraak te doen over de kwijtschelding.

Indien de gefailleerde kwijtschelding bekomt, is hij ten aanzien van zijn schuldeisers bevrijd van alle restschulden (dit onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of een derde die wel nog kunnen worden uitgewonnen). Dit betekent dat alle schulden -zowel met een beroepsmatig als met een privaat karakter – met een oorzaak voorafgaand aan de opening van het faillissement, uitdoven.

Doordat de schulden ophouden te bestaan, kan de gefailleerde natuurlijke persoon zelfs niet meer tot de vrijwillige betaling overgaan. Doet hij/zij dat toch (al dan niet per vergissing), dan kan hij/zij de terugbetaling daarvan vorderen op grond van onverschuldigde betaling.

De kwijtschelding heeft geen gevolg voor onderhoudsschulden, noch voor schulden voortvloeiend uit de verplichting tot vergoeding van schade aangericht aan de fysieke integriteit van een persoon.

De kwijtschelding heeft ook implicaties op de positie van de (ex-)echtgenoot, de (ex-)wettelijk samenwonende partner en de consumentenborg. Dit komt in volgende edities van onze blogpost nog aan bod.

Verzet tegen de kwijtschelding

Iedere belanghebbende, met inbegrip van de curator en het Openbaar Ministerie, kan bij verzoekschrift verzet aantekenen tegen de (algehele) kwijtschelding.

Het recht te vorderen dat de kwijtschelding wordt geweigerd, ontstaat vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis in het Belgisch Staatsblad en vervalt 4 jaar na het faillissementsvonnis, dan wel uiterlijk drie maanden na publicatie van het sluitingsvonnis in het Belgisch Staatsblad (indien de termijn van vier jaar vanaf het faillissementsvonnis nog niet verstreken was).

Vanaf 1 mei 2018 kon kwijtschelding door de rechtbank geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement (opnieuw: fraude, geen boekhouding, een reddeloos verloren onderneming tegen beter weten in blijven verderzetten, kunstmatig krediet verkrijgen via overheidsschuldeisers, etc.). De gronden voor verzet werden verder uitgebreid bij wet van 7 juni 2023. Zo kan de curator zich sinds 1 september 2023 bijkomend ook verzetten tegen de kwijtschelding wanneer de natuurlijk persoon gefailleerde onvoldoende heeft meegewerkt aan de afwikkeling van het faillissement en/of de curator verkeerde inlichtingen heeft verstrekt. Deze nieuwe grond biedt de curator meer slagkracht.

Als de rechtbank de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk weigert, moeten de opbrengsten daaruit evenredig over alle schuldeisers worden verdeeld zonder inachtneming van de wettige regels van voorrang (d.i. zonder rekening te houden met voorrechten of zakelijke zekerheden waardoor ook niet-bevoorrechte schuldeisers een deeltje van hun vordering betaald zullen zien).

Heb jij vragen over de kwijtschelding uit het oogpunt van de schuldenaar, dan wel uit het oogpunt van schuldeiser, aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met ons kantoor.

Facebook
LinkedIn
Picture of Marthe Oosthuyse

Marthe Oosthuyse

Marthe Oosthuyse is een creatieve geest die zich inleeft in uw problematiek. Met een strategische kijk op de zaken en een talent voor out-of-the-box denken, gaat ze verder dan de conventionele paden. Ze is gebeten door het insolventierecht en verdedigt uw dossier zowel schriftelijk als mondeling vol overgave.

Wij zijn verhuisd!

Vanaf nu vind je ons op volgend adres:
8000 Brugge, Hamiltonpark 24-26